Tjark noemt zichzelf een mazzelaar. ‘Mijn wieg stond op de goede plek,’ vertelt hij. ‘Ik was niet de meest makkelijke leerling. Maar ik had een goed sociaal netwerk. Daardoor kon ik studeren. Nu ben ik een witte, hoogopgeleide man. Dat is geluk hebben.’ Zelf is hij, zoals hij lachend toegeeft, allesbehalve praktisch aangelegd: ‘Ik kan mezelf nog verwonden met het vastpakken van een schroevendraaier.’
Die nuchtere kijk op zijn eigen geluk vormt de basis van waar Tjark zich al jaren hard voor maakt. Want niet iedereen heeft dat netwerk. Niet iedereen heeft die kansen. Niet iedereen heeft die mazzel. Een groot deel van de jongeren stroomt uit naar een baan in de praktijk. Dat zijn juist de banen die nu hard nodig zijn. Maar de salarissen blijven daar nog steeds achter. Tjark vraagt zich af: “Waarom wordt er nog steeds naar opleiding gekeken en niet naar talent?”
Die vraag komt niet uit het niets. Tjark deed in zijn werk twee belangrijke waarnemingen. Deze vormen zijn drijfveer.
Ten eerste ziet hij wat werk voor mensen betekent. Het geeft waardering. Het geeft het gevoel ergens toe te doen. Het geeft sociale relaties, met natuurlijk ook de nodige irritaties bij de koffiemachine. Maar vooral geeft het een gevoel van erbij horen. Dat gevoel is volgens hem van onschatbare waarde.
Ten tweede ziet hij jongeren die niet passen binnen het onderwijssysteem. Dit speelt vooral op het vmbo en mbo. Zij haken vroegtijdig af. Zonder dat sociale vangnet dreigen zij zelfs buiten de maatschappij te vallen.
Aan de slag bij Rug-dekking
Die twee waarnemingen zette Tjark eerder al om in actie. Dat deed hij met het jongerenproject RE-START. Daarmee sloeg hij de brug tussen werkgevers die op zoek zijn naar personeel en jongeren die het op eigen kracht lastig vinden om betaald werk te vinden. Die ervaring en ambitie neemt hij nu mee naar zijn nieuwe rol: sinds 1 augustus 2026 gaat Tjark aan de slag in de projectleiding van Rug-dekking. Hij richt zich vooral op de professionalisering van de opleiding. Dat geldt zowel voor de inhoud als voor de begeleiding. “Werken met een fantastische groep jongeren met zoveel potentie vraagt om de juiste zorg en aandacht,” aldus Tjark. Dat kan volgens hem niet zonder een groot netwerk van jongerenwerkers en bedrijven. Dit geldt zowel binnen als buiten het stadion.
Daarbij wil hij de jongeren niet alleen met een certificaat de deur uit sturen. Het certificaat is niet de finishlijn. Tjark hoopt dat de jongeren na de twaalf weken vooral een antwoord vinden op de vraag: “Wat ga ik nu doen?” Met voldoende zelfvertrouwen en perspectief hebben zij daarna de rugdekking. Zo kunnen zij zich aanmelden voor een passende vervolgopleiding. Of solliciteren bij dat ene bedrijf dat verder kijkt dan alleen het diploma.